Video in e-learning: wanneer het werkt en wanneer tekst sneller is
Bij bijna elke nieuwe online opleiding komt de vraag: moeten we hier video bij maken? Het antwoord is vaker nee dan mensen verwachten. Video is krachtig voor een klein deel van de leerstof en onhandig voor de rest, en dat onderscheid maken scheelt weken werk.
Waar video echt het verschil maakt
Video is onvervangbaar als de cursist een beweging of een handeling moet zien. Een reanimatie, de juiste manier om een oefening voor te doen, de houding waarmee een scheidsrechter een signaal geeft: dat is in tekst niet uit te leggen, hoe goed je ook schrijft. Hetzelfde geldt voor gesprekken waarin toon en lichaamstaal de les zijn, zoals een lastig gesprek met een ouder langs de lijn.
Kortom: gaat het om iets wat je moet zien gebeuren, dan is video de beste vorm. Gaat het om regels, definities, stappenplannen of achtergrond, dan is het meestal de duurste manier om iets over te brengen dat op een halve pagina had gekund.
Waarom tekst vaak sneller leert
Een lezer bepaalt zelf zijn tempo, slaat over wat hij al weet en leest terug wat hij mist. Een kijker moet meelopen met het tempo van de video en kan niet scannen. Wie iets wil opzoeken, vindt het in tekst binnen seconden en in een video van twaalf minuten niet. Voor naslag verliest video het bijna altijd.
- Handeling voordoen: video
- Regels, procedures en definities: tekst
- Een sfeer of houding overbrengen: video
- Iets wat cursisten later terugzoeken: tekst
- Iets wat elk jaar verandert: tekst, want aanpassen kost niets
Het echte kostenplaatje
De opname is niet het dure deel. Het dure deel is het script, de mislukte takes, de montage en vooral het onderhoud. Zodra er een regel wijzigt of het clublogo verandert, kun je een tekst in twee minuten bijwerken en moet je een video opnieuw opnemen of laten staan met verouderde informatie. Veel organisaties kiezen dan voor het tweede, en daarmee gaat de kwaliteit van het hele materiaal achteruit.
Reken daarom bij elke geplande video mee hoe vaak de inhoud waarschijnlijk verandert. Is dat jaarlijks, dan is video zelden de goede keuze.
Houd het kort en ongepolijst
Als je wel filmt, maak dan losse clips van een tot drie minuten die elk een ding laten zien, in plaats van een college van een kwartier. Korte clips zijn makkelijker te vervangen als er iets verandert, ze werken beter op een telefoon en cursisten kijken ze eerder af.
Perfect hoeft niet
Een trainer die op het veld met een telefoon wordt gefilmd terwijl hij een oefening voordoet, werkt in de praktijk beter dan een studioproductie waar niemand zich in herkent. Zorg vooral voor verstaanbaar geluid, want dat is het enige waar kijkers echt op afhaken. Een goedkope opsteekmicrofoon lost dat op.
Zorg dat video niet de enige route is
Niet iedereen kan of wil kijken. Iemand die in de trein een module doorneemt heeft geen koptelefoon bij zich, en voor slechthorende cursisten is een filmpje zonder ondertiteling onbruikbaar. Zet daarom altijd een korte samenvatting in tekst onder de video, met de kernpunten. Dat is meteen de naslag waar de video zelf niet geschikt voor is.
Begin met een of twee
Kies bij een nieuwe opleiding de een of twee onderdelen waar kijken echt nodig is en film alleen die. Doe de rest in tekst met controlevragen. Je bent dan sneller klaar, het materiaal blijft langer actueel, en je merkt vanzelf of cursisten om meer video vragen.
Wil je zien hoe tekst, beeld en toetsvragen samen een module worden? Ontdek TrainFix.
Gratis beginnen →